Introduction Dutch New Towns / Groeikernen - INTI - International New Town Institute


| | | | | | | |
Introduction Dutch New Towns / Groeikernen

Dit programma onderzoekt hoe jong erfgoed een positieve rol kan spelen in de ruimtelijke ontwikkeling van de Nederlandse New Towns. Daarbij gebruiken we als instrument het New Town Lab, dat ontwerp inzet, en de Groeikernenkring, die kennis en ervaring deelt en verspreidt.

Population growth in the groeikernen in the Netherlands
Population growth in the groeikernen in the Netherlands

In de jaren ‘70 werden meer dan tien New Towns gebouwd in Nederland om te voldoen aan de behoefte aan suburbaan wonen en om de woningbehoefte in de grote steden te lenigen. Deze New Towns werden niet (zoals Almere) vanuit het niets gebouwd, maar sloten aan op bestaande dorpen, kleine kernen die door de rijksoverheid werden aangewezen om de groeitaak van rond een miljoen woningen op zich te nemen. Daarom werden deze New Towns ‘groeikernen’ genoemd. Binnen korte tijd groeiden de kernen uit tot suburbane steden van middelgroot formaat met tenminste vijftigduizend inwoners.
Inmiddels zijn deze New Towns zo’n halve eeuw oud en hebben ze met nieuwe opgaven te maken. Door hun gemeenschappelijke geschiedenis zijn ook die opgaven tot op zekere hoogte vergelijkbaar. Ze hebben behoefte aan:

- Diversificatie van de woningvoorraad (vanwege vergrijzing en meer alleenstaanden bijv.)
- Transformatie van verouderd of ongebruikt bedrijfsvastgoed
- Verbetering van voorzieningen en leefbaarheid (draagvlak, sociaal- culturele opgave, zorgvraag, werkgelegenheid)
- Klimaat en energietransitie (verduurzaming, vergroening, klimaatadaptatie)
- Verbeteringen op het gebied van verkeer en vervoer
- Verbeteringen van de identiteit of het negatieve imago

Daarnaast krijgen de groeikernen opnieuw met een groeiopgave te maken. De meeste behoren tot het stedelijke netwerk in het westen van het land en daar bestaat een grote woningbehoefte, die voor de komende tien jaar op 1 miljoen woningen wordt geschat. De consensus is dat die bouwopgave voor het grootste deel door transformatie en binnenstedelijke verdichting plaats zal vinden. In dat geval is het onvermijdelijk dat deze opgave gevolgen gaat krijgen voor de architectuur en stedenbouw uit de begintijd van de groeikernen, zowel voor gebouwen en objecten als voor structuren en groengebieden.

Hoe kunnen de Nederlandse New Towns de bouwopgave en transformatie aangrijpen om tot een kwaliteitsverbetering van hun steden te komen? Welke aanpak past bij ruimtelijke kenmerken (de kleinschalige structuren, labyrintische stedelijke weefsels) en structurele kenmerken (zoals een hoog percentage van particulier eigendom)? Dit vraagstuk bevindt zich op het kruispunt van erfgoed en transformatieopgaven en kan daarom het beste in samenhang onderzocht worden.